Als varen in je genen zit
Ylja Lamberts heeft het varen in zijn genen. Na 26 jaar op zee en werkt hij nu bij Next...
Hele bericht lezen
Het succesverhaal van Edwin Mijwaart is anders dan de succesverhalen die je hier meestal leest. Edwin was namelijk 37 jaar zeeman en nu dokmeester bij Damen Shiprepair. Groot verschil zou je denken, maar dat valt nogal mee. Het roer is wel om, na een lange carrière op zee nu werken aan wal.
Lees dit bijzondere succesverhaal.
De carrière van Edwin Mijwaart lijkt een kopietje uit De scheepsjongens van Bontekoe. Het avontuur spat ervan af. Als jongen wilde hij de wereld verkennen, één zijn met de stoere kerels op open zee. Toen hij nog heel klein was, stond hij met zijn ouders boven op de sluis in IJmuiden. Hier vergaapte hij zich al aan de grote schepen daar beneden en aan de sleepbootjes die ervoor lagen. Dit zou zijn leven worden en hij deed er dan ook alles aan om het voor elkaar te krijgen.
Op zijn dertiende voer hij al in de weekenden mee op sleepboten vanuit de haven van Amsterdam. “Dat kon toen nog, mijn vader moest er speciaal een briefje voor tekenen”. En op de middelbare school was hij in zijn hoofd al bezig met zijn toekomst op zee.
Eenmaal op de zeevaartschool voelde Edwin zich thuis. “Eindelijk was ik op de plek waar ik hoorde. Fluitend deed ik de opleiding.”
Op zijn achttiende maakte Edwin zijn eerste zeereis als stagiair bij Redwise. Het was er een die hij nooit zal vergeten. Op die lange reis tussen Rotterdam en Singapore veranderde hij van jongen in een vent, aldus zijn moeder.
Zowel de zeevaartopleiding als de stage verliepen vlot en goed. Edwin’s voorkeur lag bij navigatie, de brug en werken aan dek. Op mijn vraag waarom hij niet voor de machinekamer koos, zei hij: “ik vind het fantastisch wat daar beneden gebeurt. Het stinkt, het is vies, het is geweldig, maar mijn wereld is op de brug”. Je ziet de zee, je staat in contact met buiten. “Dat is een rode draad door mijn leven”.
Hoewel zijn plek op de brug is, draagt Edwin altijd een overall. Hij noemt het zijn bedrijfskleding.
Op een paar uitstapjes na is Edwin altijd bij Redwise in dienst geweest. Redwise is gespecialiseerd in deliveries, ofwel uitbrengreizen. Even had hij contact met Smit, omdat hij ook graag op zeeslepers wilde varen. Maar met een vers contract op zak is hij toch nog eens gaan rekenen. Niet over het salaris, maar over de duur van de zeereizen. In die tijd voeren zeeslepers 1,5 knoop, wat betekende dat je gerust vier maanden op zee was. Dit was zelfs voor Edwin te gortig waardoor hij nooit voor Smit vertrok.
Hij heeft wel een periode voor de koopvaardij gevaren. Hoewel hij de schepen prima vond, had alles rondom lading niet zijn voorkeur. “Veel papieren, veel externe mensen en weinig zelfstandigheid.”
Edwin kiest opnieuw voor deliveries. Eén opdracht, steeds een andere bestemming en bemanning, veel uitdagingen en alle neuzen dezelfde kant op. Edwin ten voeten uit.
De mooiste herinneringen heeft Edwin aan zijn eerste reizen bij Redwise.
Deze kwamen zo uit het jongensboek. “Je had nog weinig accommodatie. Alles was goor, maar de sfeer was goed en als één ploeg klaarde je de klus”. Er was weinig of geen contact met kantoor en veel minder apparatuur. Er moest nog wel eens een sterretje worden geschoten.
De beslissingen werden aan boord genomen en voor Edwin was dit prima. Hij was een met de bemanning en het schip. Alsof dit nog niet voldoende avontuur was, is hij eens met zijn bemanning in Sumatra aan wal gegaan om in een overstroomd gebied mensen te helpen hun huizen op het droge te trekken. “Als ik iemand kan helpen die in de verdrukking zit, dan doe ik dat.” Dit zijn ervaringen die Edwin tekenen en die hij meeneemt naar zijn nieuwe baan aan de wal.
Alles van zijn zeeleven vindt hij terug in zijn rol als dokmeester. Het dokkencomplex van Damen in Amsterdam is oud en heel gevarieerd. Daarbij is elke dokkamer anders. Grote schakelkasten, dikke kabels en zware techniek zijn zaken waar een zeeman van smult.
Een dokmeester heeft bovendien veel inventiviteit en doorzettingsvermogen om situaties op te lossen met de ploeg die er is. Kennis van het varen, manoeuvreergedrag, scheepstechniek en goed teamwerk zijn onmisbaar in deze walbaan. Edwin voelt zich er thuis.
Ooit keek hij in de sluis van IJmuiden. Nu kijkt hij in het droogdok in Amsterdam. Edwin ziet dezelfde schepen: zeeslepers, marineschepen en zelfs de Batavia. Het is net een kopietje uit De Scheepsjongens van Bontekoe. Eén verschil is er wel: aan het eind van de werkdag gaat Edwin gewoon naar huis.